Klein leed

Met gevaar voor eigen lijf gaf ik mijn krachten.
Telkens weer.
Ik hield de adem in op het moment suprême, fataal voor de vijand en een zegen voor de mensheid.
Groots was de glorie bij een vermorzeld ondier. Orgiastisch bijna.
De reiniging erna was weldadig.
Warm water, zorgvuldig gericht, ach, de heerlijkheden van een functionerend lichaam.

Het is voorbij.
Gewond werd ik opgehangen in een donkere hoek met de woorden
wie weet waar ‘ie nog goed voor is’
Zo kwetsend, die Hollandse zuinigheid.
Liever lag ik op de belt.

Advertenties

Een goede buur is beter dan…..

Van de week moest ik dringend ergens naar toe, ongeveer 15 km buiten het dorp.
Een dag later op ziekenbezoek, ca een uur rijden.
Er wachtte een berg bouwafval op een ritje naar de belt. Dat is 5 of 6 km.
En ik heb geen auto.
Goede raad was niet duur, zelfs benzinekosten moest ik opdringen.
Een aangetrouwd nichtje, een buurvrouw en een buurman-met-aanhangwagen hielpen me uit de brand.

Het nichtje is altijd bereid te helpen, ze heeft echter een druk eigen leven zodat ik haar niet wil overvragen.
Dan zijn goede buren een uitkomst, dat viel deze week extra op.
Sterker: je kunt ze gewoon niet missen.

 

 

 

 

 

 

 

Nietzomakkelijkboek

Het lezen van dit boek bracht me in een neerslachtige stemming.
Waarom dan doorgegaan?
De auteur weet je te boeien waardoor je wilt weten hoe het afloopt.
Een Vlaamse boerenjongen groeit op in een tijd waarbij ik me niets kan voorstellen en ik was toch ook katholiek opgevoed met scholen waar de cijferlijsten belangrijk waren.
Het verschil zal in de streek en leefomgeving gelegen hebben.
Geinteresseerd? Mocht U gevoelig zijn voor stemmingen, leg dan alvast een luchtiger volgleeswerk klaar.
ps
Het einde vond ik een beetje van dik hout maar dat is een persoonlijke smaak.

De beknopte inhoud op de achterflap maakt veel duidelijk over de sfeer:
In “Kroniek van een verzonnen” leven, geschreven door Charles Ducal (Leuven, 1952), komt in een van godsdienst en plichtsgevoel doordrenkt milieu op het Vlaamse platteland een zesjarige jongen thuis met zijn eerste rapport: honderd op honderd. Die prestatie wordt de drijfveer van zijn leven: de beste zijn, altijd en overal. Maar een andere ervaring is minstens zo bepalend voor zijn verdere leven: hij is getuige van een verkrachting die eindigt in doodslag. Het daardoor ontstane trauma tekent hem voorgoed in zijn omgang met de vrouw en zijn worsteling met seksualiteit. Lichamelijkheid en seks zijn van een verboden, lagere orde. Pas als ouder wordende man komt hij via een aantal confronterende situaties en ontmoetingen in het reine met zichzelf. Deze roman schetst via een ragfijn netwerk van draden tussen de wereld van het kind en die van de oude man een mensenleven van de vroege jeugd tot de dood.

Valavond

Schemer in de zomer.
Bijna de meest vredige uren.  Bladeren ritselen niet, roerloos hangen ze daar. Slaapklaar. Zie je het, op de foto? Ze bewegen niet.
Bij het vijvertje is het eender, let maar op. Hoe je ook tuurt, nog niet het kleinste rinpeltje verstoort het beeld.
Het is wel zo dat na een kwartier kijkwerk mijn ogen niet goed meer focusten, toen ben ik naar binnen gegaan.
Het werd ook donker.

Zebraard?

We reden langs een weitje en spotten een paar zebra’s. Zomaar in een Brabants dorp.
Naderbij gekomen zagen we dat het paarden waren met een gestreepte jurk. U kent ze vast wel, het zijn vliegendekens of -kleden en in allerlei kleuren en motieven te koop.
Deze kleuren zagen we nog niet in het echt en waren dan ook volkomen verrast.
Het was zo komisch dat we het wilden vastleggen maar hadden geen tijd.
Daarom ziet U hier een ander plaatje met dezelfde kleding.
(Uit privacyoverwegingen heb ik het paard onherkenbaar gemaakt.)

Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.

Het blijft tobben

Mijn spijkerbroek zat krap,  evenals het shirt
man keek tersluiks, ik naar zijn startend  buikje
dus zei hij niets en ik zweeg ook.

Ik deed aerobics
hij de racefiets
lopen deden we samen
daar kregen we veel honger van.

Verre fietstochten, opnieuw de gym
pauzes onderweg
foerageren hoort daarbij
enzovoorts.
==
Roken is geen punt, drinken ook niet, maar lekker eten….

Het was een warme nacht

Naar bed gaan is niets bijzonders, beetje rommelen op badkamer, prutsen met hor en raam, frunniken in boek en schrijfblok.
Zoals gewoonlijk.
Dan hoor ik gepraat,  een zacht gebabbel op de achtergrond.
Wat nou? Hoor ik buren of wandelaars? Tot in de slaapkamer? Nee toch?
Ik kijk naar de radio naast bed en controleer. Hij staat uit. Misschien de uitknop kapot? Ik trek de stekker eruit.
Het gebabbel gaat door.
Verwezen kijk ik rond. In geesten en sprookjes geloof ik niet, tinnitus is het niet (dat klinkt heel anders), logé’s zijn er niet, inbrekers zullen zo stom niet zijn.
Verborgen ruimtes in de muur?
Bangig check ik de andere kamers en vliering. Niemand. Naar beneden durf ik niet meer.
Tablet staat uit.
Telefoons ook.
Voorzichtig, zwetend van nog meer angst, je weet nooit wat of wie je opmerkt,  glijdt ik geruisloos onder het laken.
Kijk op en…
…zie de televisie aanstaan. Was me niet opgevallen.
Pfffff.
Heb ik waarschijnlijk zelf aangezet met het boekengefrunnik, de ab ligt tussen potlood en papier.
Ik dweil mijn gezicht droog. Nu kan ik rustig slapen.
O ja?
Wie zegt dat ik het zelf deed? Ik kijk immers nooit als ik in bed lig? En nu zou ik plotseling het toestel aanzetten? Ongeloofwaardig, absoluut.
Nogmaals met de spiegel onder bed loeren. en…

De rest kunt U zich zelf wel voorstellen, het gedraai in zweterige lakens.  Opschrikken, licht aan, licht uit.
Maar ik heb de ochtend gehaald. Levend en wel.