Diep verdriet

Land klinkt in. Je leest en hoort het over laagveen en polders. Geen nieuws, dat deed het altijd al.
In werkelijkheid valt het misschien mee. Dacht ik.
Familie schudde me wakker.
Enige weken geleden belde een Hollandse nicht die opvallend moeilijk  te verstaan was.
‘Wat is er met je telefoon,’ vroeg ik.
‘Niks. De verbindingen worden slecht. Ook die van het huistoestel.’
Lastig.
‘Het komt,’ ging ze verder, ‘door de bodemverzakking. Dat gaat hard hoor, we wonen  nu in een souterrain. Wat dat met de smartphone te maken heeft weet ik niet.’
‘Och kom…’
‘Nou Bertie, echt waar hoor.  Elke maand zitten we een halve steen lager.’
Naar zulke flauwekul luister ik niet en hing op.

Gisteren belde ze weer.
Hallo nicht-cht, met mij-ij ‘, begon ze met holle stem, ‘versta je me nog-og?’
‘Ja zeker, hoe gaat het-thet?’  Verbaasd keek ik naar mijn gsm. ‘Het echoot-oot, hoor je dat-at?’
Ze zweeg.
‘Het is toch niet-iet…’ drong ik aan.
‘Jawel-el, we zitten diep in de put-ut.tt….’
Nu zweeg ik ook.
Ik herpakte me en liet een snik horen. Een dubbele.
‘Dankje-je,’ bracht ze uit.
Verdrietig beëindigden we het gesprek.
Goed dat mijn ouders het niet meer meemaken.
De familie, zo diep gezonken.
=

Blabla-smiespelsmiespel

‘…wij wisten precies bij wie het huishoudgeld op was, dan werd het de goedkoopste worst…..’
De spreekster werkte in een mij bekende supermarkt op de vleeswarenafdeling en vertelde dit in vertrouwen. Alsof ik dat wilde weten.
‘Ken je die en die nog? Niemand mag weten waar hij woont maar nou moest ik een pakje  op zijn naam bezorgen  in de straat van…’
De verteller was vakantiehulp, ergens in de omgeving.
‘Héééé, hallo, geef je een rondje? Kan er nou wel van af hè. Wanneer ga je rentenieren hahaha..’
De grappenmaker werkte bij een lokale bank en wist iets van rentebijschrijvingen. Pas na een boze blik werd hij stil.
Zomaar een losse greep uit een vat vol geklets. Niet verzonnen, we hoorden ze zelf, een paar jaar geleden.
Toen ik vanmiddag iets vernam over iemand die zijn salaris en rekeningen niet bij een lokale bank wil onderbrengen en daarom wordt uitgelachen, dacht ik hier aan terug.
Zo gek vind ik zijn wantrouwen niet. Iedereen kent elkaar, menig bankemployee is een dorpsgenoot. Loslippigheid komt voor.
De privacy bij banken is verbeterd,  ik hoop dat de monden intussen ook op slot zijn.

Internet en overheid hebben we allang niet meer in de hand maar klanten-privacy in-het-klein kunnen we misschien nog enigszins bewaken.
Onlogisch, maar roddel in buurtwinkels en -instellingen voelt erger dan een verre afluistersatelliet.
==

Sidderaal

Denkend aan het klimaat neig ik tot  fatalisme. Maatregelen vind ik prima, probeer zelf ook het een en ander  en that’s it. Ik lig er niet wakker van.
Maar toen  van de week een zenuwachtige vis zich liet zien en vroeg of hij hier veilig was raakte het me toch.
Ik zat aan de Maas en keek op toen zijn kop uit het water stak. Hij bleef me trillend  aankijken, ik liep dichter naar de kant en vroeg wat er was.
– Waar ben ik? was zijn wedervraag.
‘In Nederland. Ben je ziek? Heb je koorts?’
– Nee mevrouw, ik ben een sidderaal. Wacht…-  hij maakte een salto zodat ik hem even in zijn geheel zag.
‘Aha, dan ben je ver van huis. Hoe komt dat zo?’
– Ik logeer bij een Europese stroommaatschappij en ging een golfje om. Al piekerend was ik plotseling hier.
‘Piekeren? Toch niet over het water? Je bent een vis!’
– Mevrouw, wanneer de zee teveel stijgt loopt onze huisrivier over en vermengt zich met het zeewater. En ik ben een zoetwatervis.  Denk-het-je-eens-in.
‘Ach gos, daar had ik helemaal niet aan gedacht. Heb je de viskundigen   al ingelicht?’
– Jazeker. Maar ik hoor niets van ze. En wat moet ik straks, ik heb vrouwen en kinderen….boeblubhoe.. we willen niet dood.

Ik kreeg meelij met de zielepoot, de angst deed hem nog harder sidderen.
‘Weet je wat? Geef me je logeeradres, ik bel ze dat ze je moeten ophalen en vertel meteen van je zorgen. Zij maken er werk van. Hoe vind je dat?’
– O mevrouw, als U dat wil doen, hartelijk dank, dankuwel, reuze!
Van opluchting liep er een extra rilling over zijn lijf.
=

Nu denk ik niet alleen aan Sidders probleem, ook aan de krokodillen die we bij overstromingen  in Californië en Australië al zagen.
En aan jungledieren, wild en waarschijnlijk gevaarlijk. Ze vluchten met de mensen mee omhoog. Ik neem aan, hoop het tenminste, dat daar over nagedacht is.
Een noodplan voor dieren lijkt me nog harder nodig dan voor mensen.
Zij kunnen zich niet voorbereiden.
=

Klusjes

De keukenkraan lekt.  Nakijken op Internet, misschien kan ik het zelf repareren.
De bureaulamp valt beetje bij beetje uit elkaar. Plakband en elastiekjes laten telkens los, morgen onder handen nemen of een nieuwe kopen.
Het slot van de tuindeur draait niet lekker. Heb er een shot olie bij gedaan, hopend dat het morgen soepeler gaat.
Stopcontact zit los. Een dezer dagen aandraaien.
Afvoer van douche bewerkt, loopt weer door.
Bezem viel van de steel. Nieuwe spijker erin.
WC-bril wiebelt, buurman gaf me de juiste schroef. Paste precies..
Binnenkort de cv bijvullen, wijzer  staat al haast te laag.

Die dingen.
Ik hoef niet te klagen.
Er is een zoon, een behulpzame buurman, een kennis en er zijn  vriendelijke buren.
Een groot goed waar ik oprecht blij mee ben.
Bovendien kan ik veel zelf en gebruik een schroefmachientje voor eenvoudige klusjes.
Maar soms,  heel soms  denk ik: een man was toch wel handig.
Gereedschap heb ik al.
==

Zo doe je dat

Vandaag een krantenberichtje over potloodventerij in de omgeving.
Meteen schoot ik in de lach, niet om de dader, om het verhaal van iemand. Een paar jaar geleden.
Er waren al een enige weken klachten, het gonsde van geruchten over een gevaarlijke viezerik en de politie verzocht de mensen dringend aangifte te doen ingeval van confrontatie.
Uiteraard werd dit besproken bij de koffie. Men leek het te beschouwen als een zwaar seksueel misdrijf.
Een vrouw, rond de zestig, schudde haar hoofd.  Ze had hem gezien zei ze.
‘Echt waar? Deed hij je niks?’
‘Bende gek, da durven zulke nie. Ik fietste over het bospaadje en daar stond’íe, mee z’n ding uut de boks.
Gaot naar huus, vuulik, riep ik en ben gewoon doorgereje. Geen last meer gehad.’
=
ps
de cartoon die ik wilde plaatsen werd afgewezen met deze tekst:
potloodventercartoon-stick-drawing-conceptual-illustration-260nw-1224305944.jpg Dit bestandstype is niet toegestaan in verband met veiligheidsredenen.

Tja…

 

Eén moment van onoplettendheid

Proefstukjes, ideeën, vondsten en dergelijke.
Oud (ong. 1940) filmpje overstroming Katwijk bij Cuijk, een vroegere woonplaats.
Interessant artikel ontheemdenopvang in Mariëndorf na de Tweede Wereldoorlog.
Carnaval in vroeger tijden, onthullend verslag van een paar mensen.
Over scheldwoorden als droldrie. (Voor nietwetenden: drolderie-van-Krommenie).
Enzovoorts.
En, ook niet onbelangrijk, een lange linkenlijst tevens leeslijst.

Al dit soort dingen en (voor mij) waardevolle informatie zet ik in Concepten van gmail.
Die ik zonder nadenken heb verwijderd, ik zag het te laat om te corrigeren.
Het staat niet in de prullenbak of bij trash en andere labels, het is voorgoed kwijt.  Geen backup. Geen juist antwoord op Help.
Stom en jammer.
Je doet er veel moeite voor en bent het in een kwart seconde kwijt.
Snik.
=

Booskapje


Gisteravond ging de bel.
Aan de deur stond een meisje met rode muts.
‘Dag mevrouw,’ zei ze, ”ik ben Roodkapje en zwaar teleurgesteld, mag ik het hier effe  kwijt?’
‘Natuurlijk, kind,’ ik haastte me haar binnen te halen en een glas limonade in te schenken. ‘Vertel het maar.’
‘Nou, ik ging dus boodschappen doen voor mijn zieke oma. De zon scheen en vogeltjes floten, ik zong van de bloemetjes en de bijtjes en huppelde op de wijs. Maar al wie ik tegenkwam, niét de wolf. Het duurde zo lang dat ik hem uiteindelijk appte en..en.. u wilt niet weten welk antwoord ik kreeg.’ Ze huilde bijna.
‘Ja dat wil ik, zoiets spannends…’
Ik doe niet meer mee, zoek maar een andere gek. Vind U dat niet gemeen? Zo mijn sprookje in de war te sturen.’
Tja, een klein beetje begreep ik de wolf wel.
‘Hm, eerlijk gezegd lijkt het me ook geen pretje om telkens je oma’s nachtpon aan te moeten trekken en wie weet smaakt ze niet vers meer. Beetje taai en zo. Dan je buik open te laten snijden, op de duur vol littekens te zitten…’
Bibberig snuffend vervolgde ze. ‘Kan allemaal waar wezen, maar de reden waaròm hij niet meer meedoet, dat maakt het nog erger.’
‘Vertel, vertel.’
‘Hij wil veel meer genieten van zijn vreterij, zegt hij. Sinds hij zijn diepste ik heeft ontdekt weet hij nu waar hij staat. De idioot.’
Ik stond paf, wie bedenkt zoiets.
‘Is hij soms in retraite geweest? Of bij een coach?’ vroeg ik.
‘Weet ik niet maar het is eng. Hij bestudeert de maanfasen en menselijk gedrag.’
‘Echt waar? Wat gaat hij dan doen?’
Ze rilde.
‘Hij wil weerwolf worden.’
==

 

Ook hier is het herfst


Jaarlijks terugkerende vraag: zijn het nu paddekoeken of pannestoelen?
Als je ze op een bord legt zou niemand het verschil zien. Met stroop erover ook niet proeven.

En dit krijg je eveneens elk jaar.
Merels die elk richeltje en kiertje leegpikken.  Langs elke muur en balk, tussen de tegels, ze rommelen maar an.
Het is een komisch gezicht ze als een bezetene aan het werk te zien, je denkt dat ze een wintervoorraad moeten aanleggen.
Wat zoeken ze daar toch? Onkruid, zaadjes, wormpjes en plantenworteltje staan ook in de vrije grond, veel makkelijker zou je zeggen.

Gelukkig lusten ze deze sedum niet.
Een vetplantje dat langzaam groeit
maar het op een oud muurtje goed doet.
Als hebberige merels hier zouden aankomen zette ik de bloem in een kooitje.
Mogen ze er naar kijken.
==

Moeders rug

‘Toon es meer ruggengraat!  Wees wat flinker, loop om te beginnen rechtop.’
Door de knoeprug van vorige week dacht ik er weer aan.
Moe geloofde serieus dat een rechte rug automatisch een sterk karakter genereerde, zag niet dat het misschien andersom was.
Zelf was ze bijzonder flink in alle opzichten en straalde het ook uit.
Als je van íemand kon zeggen dat ze een bezemsteel had ingeslikt was zij het. Niet zo lang als wij maar kaarsrecht en met stevige stap banjerde ze door het leven, naar de waslijn, kerk, winkels, wandelend, want aan fietsen had ze een hekel. Zelfs als ze met ons naar het water ging en bij pa in de roeiboot stapte zat ze op het plankje als een vlaggenmast.
Het stond haar goed, moet ik toegeven. Zelf hing ik meestal als ik zat.
Er waren ook nadelen. Wandelen was een crime, vooral voor pa. Hij kuierde graag, ontspannen rondkijkend.
Moe beende door de straten, pas bij het park hield ze in voor een vrije zitplek. Ze zag niets en niemand, ergerde zich aan het gesummel (zo noemde zij dat) en wachtte dan met een strak gezicht tot pa haar haastig en mopperend inhaalde.
Maar eerlijk is eerlijk: ze had het nooit in haar rug.
==